Wat als…de stroom in de haven langdurig uitvalt?
Werner Brandao stond al met zijn bedrijf Brandao Staff Training & Consultancy in het vorige nummer van Onze Haven. De oud-containeroperator en brandweerman is nu op bezoek bij zijn partner, Kees Kappetijn van Kappetijn Safety Specialists, in het Van Nelle-gebouw om samen de boodschap nóg duidelijker over te brengen. De Rotterdamse haven heeft een serieus probleem áls er iets goed misgaat. Bijvoorbeeld bij stroomuitval.
Kees Kappetijn, nu 62, studeerde in de jaren tachtig rechten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Werner, nu 38, moest toen nog geboren worden. Kees’ eerste baan was als juridisch adviseur bij de Rotterdamse brandweer. In de jaren ‘96-‘98 hielp hij mee de Gezamenlijke Brandweer in de Rotterdamse haven op poten te zetten.
Kees Kappetijn: “Je moet het zo zien: de Brandweerwet van 1985, artikel 13, stelde in die tijd dat alle bedrijfsbrandweerkorpsen aan stevige eisen moesten gaan voldoen. Materieel, kleding, training. Dat zou uitkomen op 30 bedrijfskazernes en 4 van de overheid. In hetzelfde havengebied. Niet efficiënt en erg kostbaar. In de stuurgroep waar ik toen inzat, hebben we samen met vertegenwoordigers van bedrijfsleven, gemeente en brandweer gepleit voor één gezamenlijke bedrijfsbrandweer voor de haven. Acht kazernes door de haven verspreid, met specifiek op die haven gericht hoogwaardig materieel en goedgeschoold personeel. Efficiënter, goedkoper en gericht op het risicoprofiel van de haven.’’
“Het is écht geen bangmakerij hoor, wat we in onze gesprekken in de haven uitdragen.”
Sinds die tijd zijn er weinig grote incidenten geweest en áls ze er waren, hebben ze de publiciteit ook niet allemaal gehaald. Kappetijn: “In 2017 raakte een methanoltank van 30 meter in brand. Methanol brandt niet zichtbaar en je ruikt het ook niet. Het veiligheidssysteem van de tank en de Gezamenlijke Brandweer blusten het al na anderhalf uur. Deze ‘onzichtbare brand’ is nooit in de publiciteit geweest. Erger werd voorkomen.’’
Kappetijn en Brandao trekken nu als consultants door de Rotterdamse haven om directies én overheden te wijzen op de gevaren in en rond hun bedrijf. En net zo in de havens van Amsterdam, Antwerpen of Moerdijk. Werner Brandao: “De ‘wat als’-vraag stellen wij altijd en telkens weer. Heel actueel is nu de mogelijkheid dat om welke reden dan ook de stroom in Zuid-Holland langdurig uitvalt. Minimaal 72 uur. Wat doe je dan als bedrijfsdirectie? Wat doe je als overheid, als veiligheidsregio en als Gezamenlijke Brandweer?
Hoe voorkom je slachtoffers, maar ook: hoe voorkom je té grote schade aan installaties en het volledig uitvallen van de productie? Heb je genoeg personeel op locatie? Kun je bij de rampplek komen? En kúnnen er oncontroleerbare kettingreacties ontstaan bij stroomuitval?
Er zijn volgens Kappetijn natuurlijk draaiboeken in de Rotterdamse haven voor calamiteiten. Maar dat is niet genoeg, want meestal wordt gerekend met een paar uur stroomuitval, hooguit een dag. Plus, alles hangt met alles samen in de haven. “Ondergrondse leidingen verbinden bedrijven met elkaar, chemische processen verlopen zonder stroom onvoorspelbaar. Kun je die tijdig en veilig stoppen?’’ Werner Brandao: “Komt een containerkraanmachinist die boven een schip hangt met zijn bakje nog wel beneden?’’ En iets waar weinig mensen aan denken: is er nog personeel dat in de volgende ploeg kan opkomen? Kappetijn: “Want die zijn ook mens, mantelzorger misschien, en kiezen er dan voor thuis te blijven in plaats van naar de zaak te komen, waar toch niet gewerkt kan worden.’’

“Het is écht geen bangmakerij hoor, wat we in onze gesprekken in de haven uitdragen’’, legt Werner Brandao uit. “Het is veel meer een realistisch beeld schetsen, we willen iedereen in de haven zich bewust laten worden van de gevaren en tekortkomingen en laten werken aan verbeteringen, aan het maken van keuzes en niet de beslissingen voor zich uit schuiven.’’
Brandao: “Want keuzes zijn onontkoombaar. Je kúnt niet doordraaien als vóór de stroomuitval. Zeker niet na de eerste uren op noodaggregaten te hebben gedraaid. De diesel daarvoor raakt in no time op en bedrijfsprocessen vallen alsnog stil. Wat dan?’’
Kappetijn: “Consulting en advies is natuurlijk onze boterham, maar we zijn samen ook écht betrokken bij de haven. We willen in dit dichtbevolkte en economisch héél belangrijke gebied rampen voorkomen. Kijk, bij een forse drone-aanval op de Europoort is er geen redden aan, dat is einde verhaal, maar stroomuitval of een enkele brand in een tank, daar moet je over nadenken met z’n allen. Je op voorbereiden. En dan kunnen we héél wat meer doen dan we nu hebben opgeschreven met elkaar. ‘’
De heren zijn fan van de rits als beeldspraak. De bedrijven symboliseren de ene kant met tandjes, de hulpdiensten de andere. Werner Brandao: “En als wij met ze gaan praten blijkt vaak dat die tandjes niet gelijk zijn, de bedrijven hebben bij wijze van spreken ronde tandjes en de hulpdiensten vierkante. Dat grijpt dus niet in elkaar als er écht iets gebeurt. Ze spreken elkaars taal niet.’’
Kees Kappetijn: “Werner en ik willen graag het runnertje van de rits zijn, het trekkertje. Zorgen dat de tandjes wél dezelfde vorm hebben en dat ze bij calamiteiten in elkaar grijpen, dat ze ritsen.’’
“Werner en ik willen graag het runnertje zijn, het trekkertje van de rits.”
Dat gaat al stukken gemakkelijker als er regelmatig contact is. Als ze elkaar kennen. Werner Brandao heeft meerdere keren mogen ervaren dat tijdens incidenten conflicterende overheidsbelangen en bedrijfsbelangen ervoor zorgden dat er onbegrip ontstond. Niet uit onwil of desinteresse, maar simpelweg doordat beide kanten op dat moment te weinig van elkaar wisten. “Dat is ook precies één van de redenen geweest om als verbinder tussen deze prachtige werelden een rol te pakken’’, legt Brandao uit. “Vanuit betrokkenheid. Nu is er vaker contact met het brandweerpersoneel van de kazernes en omliggende bedrijven. Ze weten de weg en kennen elkaar.’’
Ondertussen zijn er heel wat jaartjes verstreken sinds 1998, de installatie van de Gezamenlijke Brandweer. Kees Kappetijn: “Ja, de haven verandert elk jaar, LNG, ammoniak, waterstof, accu’s. Nieuwe stoffen die elk om hun eigen aanpak vragen. Als brandweer en andere hulpdiensten moet je blijven bijleren, maar het gaat zo snel, de aanpassingen lopen vrijwel altijd achter op de realiteit. En dan komen wij om de hoek kijken. Wij bestuderen de gevolgen, de effecten van áls er iets mis zou gaan en gaan dan op bezoek bij de bedrijfsdirecties én de overheden en hulpdiensten om ze bij te praten, te scholen. We zien steeds vaker dat we meer dan welkom zijn. Er is behoefte aan die informatie, om bij te leren, zeker ook van elkaar als bedrijven en hulpverleners in de haven. Als de rits steeds een beetje beter sluit, zijn Werner en ik tevreden.’’