De grote PFAS-schoonmaak van de haven
De Rotterdamse haven staat voor een grote transitie. Aangescherpte Europese regels dwingen bedrijven om afscheid te nemen van PFAS-houdend blusschuim. Dat klinkt simpeler dan het is, want dit ‘eeuwige chemische goedje laat zich niet zomaar wegspoelen. Michiel Hondema, Business Partner Duurzaamheid bij Mourik, loodst bedrijven door deze complexe transitie. Met een unieke KIWA-gecertificeerde methode zorgt Mourik dat installaties weer voldoen aan de strengste milieueisen, zodat de haven toekomstbestendig vooruit kan.
“Stel je een rietje voor”, zegt Michiel, terwijl hij voorover leunt in zijn stoel. “Water opzuigen gaat moeiteloos. Maar probeer eens een dikke milkshake door datzelfde rietje te krijgen – en stel je voor dat de binnenkant ook nog eens vervuild is.”
De vergelijking klinkt luchtig, maar raakt de kern van een serieus probleem in de Rotterdamse haven: de overstap naar PFAS-vrij blusschuim. Een dubbele uitdaging, want het nieuwe middel is stroperiger én veel blusinstallaties zijn vervuild met resten van oud schuim. PFAS heeft zich daar in de loop der jaren als een kleverige laag vastgezet – een hardnekkige erfenis uit decennia waarin dit type schuim de standaard was voor brandveiligheid.
Nu de regels zijn aangescherpt, staat de sector voor een enorme schoonmaakoperatie. Michiel bevindt zich midden in die transitie: hij begeleidt bedrijven bij een vraagstuk dat tegelijk milieutechnisch, juridisch en operationeel is. Hij kiest daarbij voor een nuchtere benadering: “Duurzaamheid moet uiteindelijk ook gewoon werken voor een bedrijf. Als een oplossing alleen maar kosten met zich meebrengt, komt de beweging niet op gang. Dan blijft iedereen wachten.”
De achterdeur van de industrie
Michiels expertise kwam niet uit de lucht vallen. Zeventien jaar lang werkte hij bij afvalregisseur Milgro. Daar leerde hij de industrie van een andere kant kennen: de achterkant. Waar anderen keken naar wat er de fabriek ín ging, keek hij naar wat eruit kwam. Afval, leerde hij, is geen eindstation, maar een bron van waarde – mits je de chemie en de processen begrijpt. Na een korte uitstap naar de consultancy merkte hij dat hij de dynamiek van de werkvloer miste. Hij wilde daar zijn waar de vonken overslaan en de kranen draaien. Die plek vond hij bij Mourik, een multidisciplinaire aannemer op het gebied van infrastructuur, industrie, bouw en milieutechniek. Dit familiebedrijf vormt al decennia de onzichtbare ruggengraat van de industrie. Maar de rol van het bedrijf verandert: de motor moet niet alleen maar draaien, hij moet ook schoner. Met ‘Morgen begint vandaag’ als uitgangspunt zet Mourik daarom vol in op die transitie.

PFAS: De onzichtbare vijand
Even terug naar PFAS. PFAS (Poly- en perfluoralkylstoffen) – ooit een wondermiddel vanwege zijn water- en vetafstotende eigenschappen – is uitgegroeid tot een juridische en ecologische uitdaging van formaat. In de zware industrie gold PFAS-houdend blusschuim decennialang als de standaard. Het vormt een dunne film over brandende vloeistoffen en smoort het vuur vrijwel direct door het afsluiten van zuurstof en dampen.
“Zolang dat schuim veilig in een tank zit, is er niets aan de hand”, legt Michiel uit. “Maar de praktijk is weerbarstig. Er zijn oefeningen, er zijn lekken bij tests of er is een echte brand. Op dat moment komt het in de bodem terecht – en vandaaruit in het grondwater, de rivieren en uiteindelijk ons drinkwater.”
Over de risico’s van deze ‘forever chemicals’ bestaat inmiddels weinig twijfel. De stoffen breken nauwelijks af en hopen zich op in het milieu én het lichaam. Europese regelgeving dwingt bedrijven daarom tot een snelle overstap op fluorvrij blusschuim (SFFF). Tegelijk neemt de druk van toezichthouders, zoals de DCMR, toe en komen deadlines snel dichterbij.
“Even omspoelen met water is volstrekt zinloos”
Even spoelen
Maar PFAS verwijderen? Dat is geen simpel klusje. De moleculen zijn ontworpen om extreem stabiel te zijn, dankzij de sterke koolstof-fluorverbinding. Ze hechten zich hardnekkig aan wanden van tanks, leidingen en materialen zoals kunststof en rubberen afdichtingen.
“Even omspoelen met water is volstrekt zinloos”, stelt Michiel resoluut. “Achtergebleven resten besmetten het nieuwe PFAS-vrije schuim direct. Dan denk je dat je veilig en compliant bent, maar bij een incident loost de installatie alsnog verboden stoffen. Dat kost je je reputatie.”
Juist daar komt de expertise van Mourik in beeld. In samenwerking met Belgische specialisten ontwikkelde het bedrijf een reinigingsmethode die verder gaat dan wat tot nu toe gebruikelijk was. Even technisch: er wordt een gepatenteerd, biologisch adsorberend middel ingezet – een soort magneet die PFAS-deeltjes losmaakt van oppervlakken en ze bindt, zodat ze veilig uit het systeem kunnen worden verwijderd.
Doorslaggevend is de KIWA-certificering. Mourik is momenteel de eerste contractor in Nederland die dit certificaat voor PFAS-reiniging mag voeren. Michiel: “Voor een terminalmanager of een veiligheidsdirecteur is dat essentieel. Het is het bewijs richting de DCMR en de verzekeraars dat de installatie daadwerkelijk moleculair gereinigd is. Zonder dat stempel blijf je in een grijs gebied opereren.”
Maar PFAS verwijderen? Dat is geen simpel klusje. De moleculen zijn ontworpen om extreem stabiel te zijn, dankzij de sterke koolstof-fluorverbinding. Ze hechten zich hardnekkig aan wanden van tanks, leidingen en materialen zoals kunststof en rubberen afdichtingen.
“Even omspoelen met water is volstrekt zinloos”, stelt Michiel resoluut. “Achtergebleven resten besmetten het nieuwe PFAS-vrije schuim direct. Dan denk je dat je veilig en compliant bent, maar bij een incident loost de installatie alsnog verboden stoffen. Dat kost je je reputatie.”
Juist daar komt de expertise van Mourik in beeld. In samenwerking met Belgische specialisten ontwikkelde het bedrijf een reinigingsmethode die verder gaat dan wat tot nu toe gebruikelijk was. Even technisch: er wordt een gepatenteerd, biologisch adsorberend middel ingezet – een soort magneet die PFAS-deeltjes losmaakt van oppervlakken en ze bindt, zodat ze veilig uit het systeem kunnen worden verwijderd.
Doorslaggevend is de KIWA-certificering. Mourik is momenteel de eerste contractor in Nederland die dit certificaat voor PFAS-reiniging mag voeren. Michiel: “Voor een terminalmanager of een veiligheidsdirecteur is dat essentieel. Het is het bewijs richting de DCMR en de verzekeraars dat de installatie daadwerkelijk moleculair gereinigd is. Zonder dat stempel blijf je in een grijs gebied opereren.”
Het milkshake-effect
Maar zelfs als de leidingen chemisch schoon zijn, is de klus niet geklaard. Hier komt de eerdergenoemde milkshake opnieuw in beeld. De overstap naar PFAS-vrij schuim heeft namelijk grote mechanische gevolgen. “Het nieuwe schuim heeft een totaal andere viscositeit”, legt Michiel uit. “Waar het oude schuim bijna zo dun als water was, is de nieuwe variant veel stroperiger. Als je een bestaande installatie simpelweg vult met dat alternatief, loop je een groot risico.” Hij schetst het scenario: “Bij brand krijgt de pomp de vloeistof mogelijk niet snel genoeg door de leidingen. De opbouwtijd van de blusdeken wordt te lang of de sproeikoppen functioneren niet zoals bedoeld door de grotere drukval. Je staat met lege handen terwijl de installatie afbrandt. Geen enkele verzekeraar keert uit als blijkt dat je blussysteem niet voldeed aan de specificaties van het schuim.”
Om dat ‘milkshake-drama’ te voorkomen, kijkt Mourik verder dan alleen de chemie. De kracht zit in de integrale aanpak: een nauwe samenwerking tussen reinigingsspecialisten en werktuigbouwkundigen. In de beginfase wordt met monstername en laboratoriumanalyse eerst in kaart gebracht waar de PFAS-verontreiniging zich bevindt. Daarna wordt bepaald hoe de combinatie van het PFAS-vrije schuim en de nieuwe installatie eruit komt te zien. Pas dan volgt de afweging welke delen van het bestaande systeem behouden kunnen blijven en gereinigd moeten worden voor hergebruik en welke worden gesaneerd. Hierbij wordt meteen gekeken of onderdelen, na een eventueel benodigde reiniging, geschikt zijn voor metaalrecycling. “We voorkomen hiermee dat we blind gaan reinigen”, zegt Michiel. “Het heeft geen zin om een leiding te zuiveren als die later toch niet geschikt blijkt voor die stroperige realiteit en alsnog vervangen moet worden.”
Ondanks de ernst van de situatie merkt Michiel dat de bereidheid om te investeren in de haven niet vanzelfsprekend is. De (petro)chemische industrie staat onder druk door hoge energiekosten en mondiale concurrentie. Elke euro wordt drie keer omgedraaid. “Bedrijven zijn in eerste instantie terughoudend”, zegt hij. “Het is een investering die niet direct bijdraagt aan de productie. Bovendien vragen bedrijven zich af of de regels over twee jaar niet opnieuw veranderen.”
Toch is afwachten geen optie meer. Leveranciers stoppen de productie van het oude schuim en de wetgeving is onverbiddelijk. “Mijn rol is om dat gesprek aan te gaan. Ik moet laten zien dat die transitie ook slim en efficiënt kan. En door vooraf een messcherpe inventarisatie te maken, voorkom je onnodige kosten.”
Een bredere missie
Als we Michiel vragen naar de toekomst, kijkt hij verder dan alleen de blusleidingen; hij ziet voor Mourik een rol weggelegd als dé PFAS-expert. “We starten nu bij de blusinstallaties omdat de nood daar door de wetgeving het hoogst is, maar de PFAS-problematiek zit overal: in de bodem, in het proceswater”, legt hij uit. “Mijn persoonlijke ambitie is simpel: als een bedrijf in de haven een PFAS-probleem heeft, moeten ze direct aan Mourik denken.” Hij lacht als hij nadenkt over zijn eigen rol in die missie: “Eigenlijk moet ik mijn functietitel ook een beetje aanpassen. Bij ‘Businesspartner Duurzaamheid’ denken bedrijven vaak aan een abstract verhaal. Als ik zeg dat ik PFAS-specialist ben, haken ze veel sneller aan. Ik denk dat ik mijn LinkedIn maar eens ga bijwerken.”