Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid
Mijn vrouw kwam als vijfjarig meisje vanuit Suriname naar Nederland. Haar ouders waren op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. Als eerste van het gezin ging zij studeren — mede dankzij de overheidscampagne “Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid”. Die boodschap had grote impact op haar: zorg dat je nooit afhankelijk wordt van een partner. Europa wordt de laatste jaren keer op keer geconfronteerd met de prijs van afhankelijkheid. Van olie en gas uit Rusland tot nieuwe kwetsbaarheden door diezelfde importen uit de VS en Qatar. Van onze veiligheid die leunt op de VS tot onze export naar China. En nu ook de gevolgen van het afsluiten van de Straat van Hormuz op onze economie of iets langer geleden COVID. In de industrie en energie zien we hetzelfde patroon. Ooit maakten we zonnepanelen in Europa en hadden we een bloeiende automobielindustrie, groot geworden door wereldwijde export. Nu komen zonnepanelen en windturbines steeds vaker uit China. Dat heeft niet alleen te maken met arbeidskosten, maar ook met strategische keuzes. Tegelijkertijd is het belangrijk te erkennen dat Europese bedrijven nog altijd wereldwijd leidend zijn in veel branches.
Europa behandelt vergroening als doel op zich, terwijl China het vooral ziet als middel om minder afhankelijk te worden van energie‑import. Daarom investeren zij massaal in wind en zon, maar ook in kolen — simpelweg omdat ze die grondstof hebben. Omdat de verbrandingsmotor op zijn technologische toppunt is, werd de elektrische auto hun nieuwe speerpunt, inclusief de hele keten, van grondstoffen tot batterijen en chemie. Hierdoor gaat de vergroening in China inmiddels sneller dan in Europa.
China beschikt nu over die volledige technologische waardeketens. En Europa? Volgens sommige macro‑economen hebben wij de basisindustrie niet meer nodig, omdat energie te duur is. We importeren wel die basisgrondstoffen. Waarom investeren we niet in goedkopere en schonere eigen energie, zoals China al jaren doet, in plaats van het beleid van ‘gecontroleerde afbouw’, zodat we de industrie hier behouden en verder uitbouwen om onze toekomst veilig te stellen. Goedkopere en eigen energie is de basis van alles, ongeacht waarvoor je het wilt gebruiken.
Natuurlijk ontstaan in Europa sterke en innovatieve projecten, maar groene initiatieven zijn soms vooral moreel of politiek gedreven. Dat levert idealen op, maar niet altijd robuuste businesscases. Europa heeft nog altijd grote troeven: een van de grootste economieën ter wereld, een sterke welvaartsstaat, toonaangevende industrieën, wereldhavens, zoals Rotterdam, en geïntegreerde ketens die ons concurrerend houden. Draghi beschreef helder welke investeringen nodig zijn om die positie te behouden. Peter Wennink benadrukt ook dat strategische relevantie actief onderhouden moet worden. Zoals mijn vrouw ooit besloot nooit financieel afhankelijk te worden van een ander dankzij de overheid, moet Europa kiezen voor economische autonomie door diezelfde overheid. Met verstandig beleid blijven we op de toekomst voorbereid.