Werken in de Rotterdamse haven
2025 is uitgeroepen tot het Rotterdamse Jaar van de Vrouw. In samenwerking met werkeninderotterdamsehaven.nl geven we dit jaar in het magazine een uniek inkijkje in het (werk)leven van vrouwen die actief zijn in de Rotterdamse haven: van kraanmachinisten tot directieleden.
Door middel van open gesprekken nemen ze ons mee in hun werkdag en hun motivatie om voor een carrière in de haven te kiezen. Wat drijft hen, welke uitdagingen komen ze tegen en wat maakt het werken in de haven zo bijzonder?
Dit keer richten we de schijnwerpers op Adrie, Ira, Annemieke, Pegah en Talya: vijf vrouwen die zichzelf niet gauw ergens anders zien werken. Omdat in de haven geen dag hetzelfde is, omdat het indrukwekkende uitzicht zo’n cadeautje is, omdat ze met aanstekelijk enthousiaste mensen mogen werken, omdat er zoveel innovatiekracht in de haven zit en omdat samenwerking cruciaal is.

Adrie de Groot, HSSEQ-adviseur bij Evos Rotterdam:
‘Ik werk bij Evos Rotterdam B.V., een internationaal opslag- bedrijf voor vloeibare energie en chemische producten met een Europees netwerk van hoogwaardige tanks. Op onze terminal in de Europoort beheren we 257.000 m2 opslag voor bio-ethanol en (bio)methanol. In de komende jaren willen we deze capaciteit uitbreiden. Daarnaast staat er een fabriek waar formaldehyde wordt geproduceerd. Veiligheid staat hier dus vanzelfsprekend hoog in het vaandel. Elke dag, elk uur. Als HSSEQ-adviseur richt ik me vooral op milieu en arbeidsvei- ligheid. Simpel gezegd: ik wil dat collega’s én contractors ’s avonds veilig naar huis gaan.
Ik werk hier sinds december ’24, maar het voelt al heel vertrouwd. Sinds 2016 vervul ik vergelijkbare rollen, onder meer bij Cabot en Kemira, met een kort uitstapje naar 020 (KLM). Evos trok me door de groeifase, de nieuwe projecten en de stevige milieuambities waar ik de komende jaren graag praktisch aan bijdraag. Mijn basis is HTS Chemische Techno- logie. Werken als vrouw in een mannenwereld is voor mij niet nieuw, het is nooit anders geweest. Op de terminal bij Evos is er een goede balans man-vrouw: ook mijn HSSEQ-manager Monique Verhage is vrouw en er zijn meer vrouwelijke colle- ga’s. Geen dag is hetzelfde, precies wat ik zoek. We starten met het ochtendoverleg met bijzondere werkzaamheden.
Vanuit HSSEQ sluiten we altijd aan: waar is toezicht nodig, waar liggen risico’s? Ik probeer dagelijks even buiten te zijn, al lukt dat niet altijd. Audits en overheidsbezoeken (DCMR, Arbeidsinspectie, VRR) begeleiden we vaak. Ons team telt drie mensen op een totale populatie van zo’n 55 fte, maar bij projecten of grote onderhoudsstops lopen er zo 100 mede- werkers van contractors rond. Dat geeft een andere dynamiek. De grootste uitdaging is naast het dagelijkse werk steeds een stapje beter worden. Veiligheid is gedrag. We starten een nulmeting veiligheidscultuur, maar met maatregelen alleen red je het niet. Iedereen moet bewust kijken: wat is de situ- atie, wat is de klus, heb ik alles om die veilig uit te voeren en laat ik de werkplek netjes achter? Gedrag veranderen is net als drie pubers opvoeden: het kost tijd. Denk aan trajecten van vijf jaar, maar het vraagt ook om middelen, ruimte en interventies op alle niveaus. We zijn een Seveso-locatie; veilig werken móét. De basis is op orde (audits tonen geen ernstige overtredingen), waardoor we aan langetermijn doelen kunnen bouwen. Tegelijk ligt er werk: stappen zetten richting CO2 -neutraliteit en, speciaal bij grote projecten, alles grondig voorbereiden om het dagelijks veilig te houden. Het mooiste aan mijn werk is de samenwerking met collega’s, adviseurs en contractors, op elk niveau het gesprek voeren om het morgen beter te doen. Na 35 jaar milieu en sinds 2013 als hoger veilig- heidskundige leer ik nog elke dag hoe werkzaamheden veiliger kunnen. Buiten Evos deel ik graag kennis: ik ben klimaatcoach en via Carbon Conversations help ik mensen thuis duur-zame keuzes te maken bij wonen of reizen. En ja, ik hou van de Rotterdamse mentaliteit én van de Europoort. Vooral ’s nachts, met al die lichtjes. Sprookjesachtig, maar dan echt.’
‘Gedrag veranderen is net als drie pubers opvoeden.’

Ira Ardimasova, financiële administratie Maas-Riva:
‘Drieënhalf jaar geleden kwam ik uit Oekraïne naar Nederland. In het begin zocht ik niet meteen werk, want ik dacht altijd: misschien kan ik morgen alweer naar huis. Pas later durfde ik vooruit te kijken. Vorig jaar oktober volgde ik aan de Erasmus Universiteit een financiële training speciaal voor Oekraïners. Dat gaf me een duw in de rug: oké, laat ik hier serieus proberen een baan te vinden. Via het recruitmentbureau Port of Opportunities vertelde ik welke opleiding en werkervaring ik had. In Oekraïne werkte ik jaren in de logistiek en ook een tijd in finance, maar ik had geen internationale ervaring in accounting. Die training in Rotterdam hielp enorm: mijn eerdere opleiding was al tien jaar geleden. Dit friste alles op en bracht me op niveau. Daarna ging het snel: een gesprek, een aanbod en nu werk ik bij Maas-Riva.
Bij Maas-Riva lever je vanuit de financiële afdeling óók een bijdrage aan de haven. Maas-Riva voorziet zeeschepen wereldwijd van proviand, accijnsvrije goederen en technische benodigdheden voor dek en machinekamer. Mijn rol is nuchter en precies: ik verwerk vooral verkoopfacturen, check uitstaande posten, verwerk betalingen, neem de telefoon op en houd de mailbox strak bij. Het is geen directe operatie op de kade, maar zonder deze processen loopt niets soepel. Elke ochtend begin ik met e-mails lezen, openstaande zaken sluiten, dan loop ik de facturen door en de rest van de dag blijf ik schakelen tussen vragen van collega’s en leveranciers. Ik werk hier nu zeven maanden en vind het echt leuk. Vooral de mensen maken het verschil. In onze afdeling zitten collega’s uit verschillende delen van de wereld. Dat betekent dat je niet alleen werkervaring deelt, maar ook levenservaring. Je leert elkaars achtergrond kennen en neemt daar veel van mee. Die diversiteit geeft energie. En het is zeker niet zo dat ik alleen mannelijke collega’s heb. Er werken ook veel vrouwen op de financiële afdeling bij Maas-Riva. Dat was in Oekraïne ook zo. Ik vind het mooi om te zien dat die balans er ook is.
Over de fysieke omgeving van de haven kan ik niet zo romantisch vertellen als iemand die dagelijks tussen de kranen en schepen staat. Mijn werkplek is immers op kantoor. Toch voel je dat grotere geheel. Elke factuur, elke betaling die op tijd de deur uitgaat, helpt een schip beleveren of een reis mogelijk maken. Elk bedrijf heeft een financiële administratie, maar in de context van de haven krijgt het werk toch iets extra’s: je weet waarvoor je het doet. Als je mij vraagt wat ik andere vrouwen zou meegeven die in de haven willen werken, dan zeg ik: probeer het gewoon. Wees open voor nieuwe ervaringen en nieuwe mensen. Combineer je vaardigheden met je wil om te leren, dan vallen de dingen op hun plek. Voor mij begon het met een cursus, een eerste gesprek en de beslissing om te blijven proberen. Dat was spannend. Mijn Engels is niet perfect en je hoort mijn accent, maar het team keek vooral naar inzet en groei. Dat waardeer ik enorm. Dit is mijn verhaal zoals ik het nu kan vertellen: begonnen met twijfel, doorgezet met hulp van een training en een bemiddelaar. En nu met trots en plezier onderdeel van Maas-Riva … en op mijn manier van de Rotterdamse haven!’
‘Wees open voor nieuwe ervaringen en nieuwe mensen.’

Annemieke Groen, Terminal Manager bij Ertsoverslagbedrijf Europoort C.V. (EECV):
‘Ik werk al sinds 1995 in de Rotterdamse haven. Na mijn studie Chemische Technologie aan de TU was de stap naar de chemie logisch. 25 jaar heb ik in de chemie gewerkt, waarvan de laatste vijftien jaar in leidinggevende rollen. Ruim een jaar geleden ben ik aangesteld als Terminal Manager bij Ertsoverslagbedrijf Europoort C.V. (EECV). Een prachtige verantwoordelijkheid bij een bedrijf dat letterlijk en figuurlijk groot is. EECV is een van de modernste en grootste overslagbedrijven van bulkgoed in Europa. We zijn eigendom van Thyssenkrupp, de Duitse staalindustrie, en optimaliseren de logistieke aanvoerstromen van die keten. In mijn rol ben ik eindverantwoordelijk voor Operatie, Planning, Techniek, Operationele IT en SHEQS. Concreet: ik zorg dat de op- en overslag van erts veilig, efficiënt en toekomstbestendig verloopt. In de haven is er altijd wat te doen. Mijn baan draait om verbeteren: trajecten om de terminal veiliger te maken, milieuvriendelijker en efficiënter, maar ook aantrekkelijker voor de mensen die er dagelijks werken. We maken ons klaar voor de toekomst die de omgeving van ons vraagt. Of het nu gaat om emissiereductie, digitalisering of slimmere processen: we zetten elke dag stappen. Wat mij drijft is veranderen mét mensen. De maakindustrie is hands-on, maar ook zo innovatief als het maar zijn kan. Je kunt er je creativiteit in kwijt, samen verbeteren en merken dat het werkt. De route naar de productie van groen staal vraagt veel van de gehele keten.
Dat betekent dat ook wij in transitie zijn. Met respect voor wat er staat en nieuwsgierigheid naar wat komt, zoeken we naar de beste manier om te vernieuwen. Voor mij is de terminalwereld nieuw vergeleken met de chemie, maar operationele en onderhoudsprocessen herken ik. Juist de combinatie van bekend terrein én nieuwe horizon maakt dit werk geweldig. Het is grootser dan wat ik eerder deed, qua volumes én qua impact.
En het is een mooi, warm bedrijf waar ik met gepaste trots werk. Uitdagingen zijn er genoeg. Beter op elkaar afstemmen in de supply chain, écht als één keten denken en doen: daar liggen kansen. En natuurlijk de grote duurzaamheidsopgave die voor de hele haven geldt en dus ook voor ons. Dat kun je alleen samen aanpakken: bedrijven onderling, met overheid en onderwijs. Ik krijg energie van samen stappen zetten. Met elkaar kijken hoe je bekend werk anders kunt doen: veiliger, slimmer en vaak gaat dat hand in hand met ook nóg leuker. Dat “samen” is ook de kracht van de Rotterdamse haven. We zijn met elkaar verantwoordelijk voor veiligheid, voor doorstroom, voor demensen die hier werken en willen komen werken. Diversiteit hoort daar ook bij. In onze organisatie is nu slechts zo’n vijf procent vrouw. We hebben dus werk te doen: niet alleen meer vrouwen aantrekken, maar breder diverser worden in leeftijd, achtergrond en opleidingsniveau. Hoe diverser een organisatie, hoe krachtiger. De haven zelf? Puur en eerlijk. Je geeft elkaar makkelijk een hand en je leert continu. Misschien moet je er even doorheen kijken, maar dan zie je hoeveel innovatiekracht hier zit. Ik hou van het parcours: elke dag een stapje in de goede richting, als team. Dáár doe ik het voor.’
‘De charme en de kracht van de Rotterdamse haven zit voor mij in één woord: samen.’

Pegah Hedayati, process engineer bij Gunvor Energy Rotterdam:
‘Mijn carrière in Nederland ben ik gestart bij een ingenieursbureau in Utrecht. Vijf jaar geleden ging ik in de Rotterdamse haven aan het werk, bij Gunvor Energy Rotterdam. Ik begon daar als junior process engineer en inmiddels ben ik medior. Gunvor is een internationale energieproducent in de haven met directe toegang tot de open zee, die zeer geschikt is voor de productie en distributie van tussen- en eindproducten. Een complexe omgeving, technisch uitdagend en altijd in beweging. Precies wat ik zocht. Toen ik net in Nederland woonde, in Den Haag, reisde ik vaak richting Rotterdam. Elke keer als ik langs de Europoort kwam, voelde ik iets magisch. Die enorme installaties, het industriële landschap, de schaal van alles … Ik wist: dáár wil ik ooit werken. En wie de naam Europoort heeft bedacht, is echt briljant: het klinkt zo krachtig en visionair.
In Iran heb ik scheikunde gestudeerd, maar in Nederland ben ik opnieuw begonnen. Aan de TU Delft studeerde ik Chemische Technologie, bachelor én master. Jaren geleden was dat nog een echte mannenstudie. Er waren nauwelijks vrouwen. Dat merkte je aan alles. Er waren zelfs te weinig damestoiletten bij de collegezalen! Alsof niemand erop had gerekend dat er steeds meer vrouwen aan de TU zouden studeren. Ook nu, bij Gunvor moeten kleedkamers voor vrouwen in technische functies worden aangepast.
Mijn werk draait om het oplossen van technische vraagstukken. Een collega komt met een probleem. Dat bekijk ik dan procesmatig en samen met andere engineers werk ik meerdere oplossingen uit. Veiligheid staat daarbij altijd voorop. Uiteindelijk kiezen we samen de beste optie. Van die samenwerking en dat denkwerk krijg ik veel energie.
Geen dag is hetzelfde. Ik begin met het checken van mijn mailbox. Vaak zijn er korte vragen die snel opgelost moeten worden. Daarnaast werk ik aan grotere projecten met duidelijke deadlines. Bij Gunvor is timing cruciaal: alle andere disciplines zijn afhankelijk van de proces-gerelateerde informatie. Alles draait om planning en samenwerking.
Toen ik begon, had ik moeite met het gebrek aan informatie. Op de universiteit krijg je opdrachten met alle informatie erbij. In het echt moet je zélf dingen uitzoeken. Veel documentatie is oud of verdwenen. Dan moet je weten: bij wie moet ik zijn? Dat leer je gaandeweg.
Als vrouw in een mannenwereld moest ik mezelf bewijzen. In het begin werd ik als junior én vrouw niet altijd serieus genomen. Maar nu komen diezelfde collega’s naar mij toe met vragen. Dan weet je dat je je plek hebt verdiend. We hebben meer vrouwen nodig in de techniek. Vrouwen hebben vaak een andere aanpak met oog voor detail. Dat vult elkaar goed aan. Mijn advies voor vrouwen die twijfelen over een technische carrière in de haven: als je hart bij techniek ligt, ga ervoor. Laat je niet uit het veld slaan, want uiteindelijk word je gezien voor wat je kunt.’
‘Als je hart bij techniek ligt, ga ervoor.’

Talya de Lange, 2nd engineer bij Jumbo Maritime:
‘Tijdens mijn studie aan de Zeevaartschool moest ik twee keer vijf maanden stage lopen en Jumbo Maritime stond goed bekend. Mijn eerste stage daar beviel zo goed, dat ik ook voor de tweede terugkwam. Daarna kon ik aan de slag als 3rd engineer. En inmiddels ben ik 2nd engineer bij Jumbo. Tijdens de eerste twee jaar aan de Zeevaartschool volg je zowel de nautische als de technische richting. In de eerste stage doe je het allebei, daarna maak je een keuze. Ik koos voor technisch. In de machinekamer klikte het namelijk meteen: de logica, de storingen die je met nuchter nadenken oplost. Mijn vader sleutelde vroeger aan oude auto’s en daar hielp ik hem vaak bij. Dat gevoel van iets begrijpen en weer aan de praat krijgen; daar werd ik blij van.
Als 2nd engineer ben ik verantwoordelijk voor het dagelijkse management van de machinekamer. Die bestaat uit drie machinisten, een elektricien, een wiper (zorgt voor het klein onderhoud) en vaak ook een leerling. Ik maak de werkplanning, bespreek die ’s ochtends om kwart voor acht in de toolbox en zorg dat het werk doorloopt. We doen veel preventief onderhoud volgens schema, maar er is altijd iets dat tussendoor kan komen. Als het veilig kan, schuiven we dan alles opzij en pakken we die prioriteit. Soms betekent dat langer doorwerken of ’s nachts je bed uit. Het is een puzzel: wat kan alleen in de haven, wat juist op zee, welke grote klussen vragen meer tijd? Ik vind het heerlijk om dat rond te krijgen. Niet alleen voor mezelf, maar voor het hele team. Energie krijg ik van een leuke machinekamerploeg. Als de bemanning enthousiast is, maakt het weinig uit hoeveel problemen we tegenkomen; ingewikkelde klussen maken het dan juist leuker. We varen de hele wereld over. Ik vlieg naar waar het schip ligt, ben elf weken op, negen weken af. Soms doen we Rotterdam aan. Dat voelt als thuiskomen. De haven van Singapore is indrukwekkend, maar Rotterdam is thuis.
Ik werk meestal als enige vrouw aan boord. Op de opleiding waren we met weinig, al zie je de laatste drie, vier jaar langzaam meer vrouwen instromen. Mooi om te zien. Het is een eigen wereldje; je komt jezelf tegen en je belandt soms in situaties die in een “normale” baan niet zo snel voorkomen. Dan is het belangrijk dat je een manier vindt om daarmee om te gaan en een duidelijke grens trekt als iets niet oké voelt. Veel van waar je in het begin tegenaan loopt, geldt trouwens voor elke leerling, man of vrouw. Vrouwen die overwegen dit werk te doen, wil ik meegeven zich niet te focussen op “ik ben hier de enige vrouw”. Concentreer je op je vak, je plezier en je ontwikkeling. Je hoort erbij, omdat je je werk goed doet.
Mijn ambitie? Voorlopig met plezier blijven varen, ooit als hoofdwerktuigkundige. Er zijn nog maar weinig vrouwen die dat doen. Lijkt me een prachtige uitdaging. En ik ben razend benieuwd hoe de scheepvaart gaat veranderen door klimaat en techniek. Daar wil ik later misschien ook iets mee. Maar eerst: voorlopig die machinekamer laten draaien.’
‘In de machinekamer vond ik mijn plek.’