Werken in de rotterdamse haven
De Rotterdamse haven is een plek om trots op te zijn, waar je aan verslingerd raakt, als je er eenmaal werkt. Maar ook een gebied dat bij veel mensen nog onbekend is. En onbekend maakt helaas ook onbemind.
Dewien, Mathias, Boudewijn, Aziz en Filip, medewerkers bij LBC Tank Terminals, kwamen allemaal ooit in hun jonge leven voor het eerst in contact met die onbekende haven. En zijn er nooit meer weggegaan.
LBC is een internationaal en sterk groeiend opslagbedrijf van vloeibare bulk, dat werknemers kansen biedt en is altijd op zoek naar gemotiveerd personeel. Waar een stratenmaker werd omgeschoold tot
succesvol operator.
‘Iedere dag met een glimlach naar mijn werk.’

Geboren in Spijkenisse. Opgegroeid in Rozenburg.
Tussen de tanks van de chemische industrie. En nu werkt hij er ook. Filip Dogo is operations coördinator bij LBC Tank Terminals.
“Na het afronden van mijn opleiding supply chain management aan de Hogeschool Rotterdam, zomer 2021, heb ik random gesolliciteerd op een baan, hier bij LBC. Zonder enige kennis van de chemie. Ik mocht op gesprek komen en het klikte, ik werd aangenomen. Ik mocht en moest veel leren, maar dat ging allemaal vanzelf.’’
Filip is bijna vier jaar later nog erg blij met zijn job bij LBC. “De organisatie is open en voor wie wil aanpakken, gemotiveerd is, en wil leren. Diploma’s zijn leuk, maar je instelling is véél belangrijker. Zo hebben we onlangs nog een stratenmaker aangenomen. Niet voor het straatwerk op de terminal, nee, als operator. We hoorden via via dat hij een baan zocht buiten het straatvak. Die gozer is een schot in de roos. Heeft inmiddels veel bijgeleerd voor het vak van operator, gewoon hier on site.’’
LBC is volgens Filip Dogo een creatieve werkgever. Een groeiend bedrijf dat de juiste mensen zoekt. Maar niet op de traditionele manier. “Nee, hier kom je op gesprek. Als dat bevalt van beide kanten volgen er nog een paar gesprekken. Zo leren we de mensen kennen en zij het bedrijf. En bij een juiste klik zijn ze aangenomen. Papiertje of geen papiertje. Het vak leren ze vanzelf in de praktijk, net als ikzelf.’’
Filip ziet zichzelf als de spin in het web bij LBC. Hij werkt samen met alle afdelingen, is betrokken bij alle projecten en overlegt met klanten, de DCMR en geeft leiding aan tien truckverladers. “En, zoals laatst in Denemarken, soms ga ik naar een klant toe. Zo leer ik hoe de stoffen die ze bij ons opslaan gemaakt worden. En zien ze mijn gezicht eens live in plaats van online via de webcam.’’
Hij heeft onder collega’s ook een bijnaam, Smiley. “Ik kom elke dag met een glimlach naar mijn werk, heb het hier enorm naar mijn zin. Waar ik over vijf jaar werk? Nog gewoon hier.’’
“Ik voel mezelf ook het kindje van LBC, het jonkie. Direct vanuit de schoolbanken mijn eerste serieuze job. Kom elke avond met verhalen thuis. Mijn moeder is apetrots op me, hoewel ze niet precies begrijpt wat ik de hele dag doe. Logisch ook, het is nogal veel en superdynamisch.’’
Ik heb een studie gedaan, maar ook als school en leren uit boeken niks voor je is, biedt LBC en de haven in het algemeen genoeg kansen op een mooie baan. Ik vertel mijn verhalen over wat ik meemaak altijd graag aan vrienden
en kennissen.’’
‘Je bent als inkoper nooit expert in wat je inkoopt.’

Hij werkt inmiddels 6 jaar bij LBC en koopt alles in voor het bedrijf. Boutjes en moertjes, maar ook pijpleidingen en nieuwe tanks. Aziz Dijkshoorn (30) geniet van zijn baan in de haven.
“Na mijn studie logistiek en supply chain aan de Hogeschool Rotterdam kwam ik bij Bunnik Plants terecht voor een stage. Ik kocht alles in behalve de planten. Potten, droogbloemen en nog véél meer. Dat kwam allemaal via de Rotterdamse haven uit China. Die haven was de levenslijn. Interessant genoeg om eens te kijken of ik dáár kon gaan werken.’’
Aziz solliciteerde bij de Mediamarkt. Én bij LBC. Bij allebei mocht hij op gesprek komen. De klik was er bij LBC meteen. De arbeidsvoorwaarden stonden hem ook direct aan. En nu geniet hij al 6 jaar van de diversiteit van zijn job. “LBC groeit, er zijn volop kansen. De nieuwe tanks die worden gebouwd, je ziet elke dag waar je het voor doet.’’
Daarbij werkt hij voor de inkoop van al die spullen met veel collega’s samen. “Ja, want ik kan als inkoper nooit expert zijn voor alles wat ik inkoop. Dan zou ik een soort eenhoorn zijn. Ik heb de collega’s nodig om me te vertellen welke specificaties ze zoeken. Waar ik wel op let is dat ik als inkoper geld bespaar voor het bedrijf. Door slim en scherp te zijn.
Tegelijkertijd merkt hij als jongeling van 30 ook de conservatieve houding die nog altijd in de haven heerst. “Er is veel weerstand tegen verandering. ‘We hebben het altijd zo gedaan, waarom moet dat anders’. Die houding. Dat gaat de haven opbreken. Er is met de nieuwe technieken zoveel mogelijk, meer efficiëntie, minder afhankelijk van menselijk handelen. Bewaking en beveiliging bijvoorbeeld. Dat kan meestal digitaal, met sensoren en camera’s. Nee, in de haven zetten we dan 24/7 een beveiliger neer. Alleen, die zijn er nauwelijks…’’
Aziz woont in Delft en is enthousiast gebruiker van de nieuwe A24 en de Maasdeltatunnel. “Als je dan in het schemer de tunnel uitkomt en die lampjes aan ziet gaan, dat is enorm indrukwekkend, net een scifi-achtige haven…’’
Bij LBC zit Aziz ook in de Ondernemingsraad. Daar merkt hij dat LBC een aantrekkelijke werkgever wil zijn. Met flexibiliteit, thuiswerkopties, opleidingstrajecten. Om op te vallen bij jong personeel. Maar toen hij nog op school zat heeft hij zelden havenbedrijven gezien op de open dagen. “Zo jammer, ook LBC doet het nog niet. Zet een standje neer voor een halve dag, leg uit wat je doet en wat je voor personeel zoekt. Bijvoorbeeld bij het STC transportcollege of de Hogeschool Rotterdam. Zo kun je wat doen tegen de enorme vergrijzing in de haven. Zelfs bij ons ligt de gemiddelde leeftijd op 49 jaar.’’
‘De haven staat nooit stil, het is een stad in een stad.’

Mathias Potvin, Vlaming en momenteel terminal manager bij LBC Rotterdam, heeft in zijn vorige job gewoon nog op de werkvloer meegedraaid. Maar het eelt is nu wel van de handen.
Wie in zijn schooltijd aan Mathias Potvin had gevraagd of hij ooit in een tankterminal zou werken, was hard uitgelachen. De farmacie en biotechnologie waren veel meer zijn passie. En daarnaast had zijn opa een bierhandel waar hij op zijn zestiende wat bijverdiende en later nog een jaar assistent-manager was.
De visie die hij had voor de bierhandel en die van zijn familie liepen te ver uiteen. Om de vrede te bewaren, stapte hij eruit. We schrijven 2008, crisis. Potvin was op zoek naar werk. Dat vond hij bij Total Raffinaderij in de haven van Antwerpen. Zo kwam hij toch in de chemie terecht. En later kreeg hij een baan bij Air Liquide. Eerst in Brussel, maar later weer in de Antwerpse haven. Potvin: “In de volcontinue tankschepen laden en lossen. Het echte handwerk. Ik was gelukkig daar, trots dat ik dat deed. Nu is het eelt wel van de handen, maar het is zo waardevol dat ik dat heb gedaan. Ik weet nu waar ik het over heb als ik met operators praat.’’
Sinds hij in december 2019 overstapte naar LBC TankTerminal krijgt hij regelmatig de vraag waar die letters LBC voor staan. Ze zijn een afkorting van het in 1909 opgerichte oliebedrijf Lille-Bonnières et Colombes.’’
Toen de productie was gestopt, bleef LBC als tankterminal bestaan, uitsluitend nog opslag. Eerst in de Antwerpse haven en later werd in de Rotterdamse Europoort het complex van Dow Chemical aangekocht. De productieplant, die nu is omgebouwd tot een gemoderniseerde en sustainable opslagterminal. “Maar we gebruiken de tanks van Dow nog steeds, die gaan al 50 jaar mee,’’ lacht Mathias Potvin. “Alleen de leidingen zijn omgelegd, en de productiesite is gesloopt. Wij produceren niet.’’ Als terminal manager Rotterdam probeert hij zijn medewerkers in hun kracht te zetten, ook operators. “Met goed en duidelijk overleg, een goed rooster, zodat ze van tevoren weten wanneer ze vrij zijn, dat biedt vrijheid. Zo’n shift-systeem is best wel een aantrekkelijk onderdeel van werken in de haven. Jij kunt vrij hebben, en je collega neemt je taak over. Want de haven staat nooit stil. Het is een stad in een stad.’’
De focus moet ook niet op frustrerende bijzaken liggen. Maar op de hoofdtaak, het opslaan van special chemicals voor klanten. “Gevaarlijke producten die we veilig en optimaal opslaan en laden uit en lossen in vrachtwagens, treinen en schepen,’’ legt Mathias Potvin uit. “We zijn een cruciaal koppelstuk in de logistieke ketting van de chemische markt.’’
‘Als je eenmaal in de haven werkt, laat het je nooit meer los.’

Na zijn studie Informatics & Economics aan de Erasmus Universiteit en een baan bij EY belandde hij in de tankopslag en is er nooit meer uit geweest. Dewien Jagmohan is nu Commercial and Business Development Director Europe bij LBC Tank Terminals.
Reizen is tegenwoordige het meest gebruikte werkwoord in zijn woordenboek. Autoreizen tussen het hoofdkantoor en de terminals in Rotterdam en Antwerpen en ook vliegreizen naar klanten en conferenties in het buitenland.
“Ja, het werk vereist persoonlijk contact, veel mensen zien en spreken. Dat kán online, maar vaak is persoonlijk 1-op-1 beter. Van maandag tot donderdag ben ik dan meestal te vinden op het hoofdkantoor of op een van de terminals in Antwerpen of Rotterdam. En werk ik vrijdag thuis,’’ legt hij met een fris gedoucht hoofd uit, net terug van een rondje hardlopen. “Een aantal relevante conferenties zijn van woensdag tot en met vrijdag, intensief, maar ook leuk om te doen. Ik ken inmiddels zóveel mensen in deze sector. Als je eenmaal in de haven werkt laat het je nooit meer los.’’
Jagmohan legt in een zin het belang van LBC uit: “Onze klanten zijn goed in het produceren en verhandelen van vloeibare bulkgoederen. Opslag is niet hun core business. Een multi-user terminal, zoals wij aanbieden, scheelt ze enorm in hun logistieke kosten, dan hoeven ze daar niet zelf in te investeren.’’ En om het nóg helderder te maken vult Jagmohan aan: “Een onafhankelijke terminal bestaat vooral vanwege imbalansen. Wij verwerken logistieke stromen die niet altijd matchen. Dus waar een halffabricaat wordt vervaardigd, is vaak niet de locatie waar dit halffabricaat verder
wordt verwerkt of geconsumeerd. Voor deze stromen is opslag nodig.’’
Dewien Jagmohan ziet voor zichzelf en zijn sales team drie taken bij LBC: “We moeten zorgen voor volle tanks, tevreden klanten. En moeten nieuwe kansen benutten.’’ Van dat laatste is het project met opslag van pyrolyse-olie een goed voorbeeld. Maar ook de modernisering van de vrij oude terminal in Antwerpen. Waar nieuwe tanks worden gebouwd, leidingen worden vernieuwd en pompen worden vervangen. En hetzelfde op de Rotterdamse oude Dow-Plant. “Met die modernere infrastructuur kunnen we ineens méér en sneller de vloeistoffen van onze klanten verwerken. Dat is aantrekkelijk voor ze.’’
De klant staat sowieso centraal bij LBC. “Dit is onderdeel van onze strategie. Drie jaar geleden is ook het ‘Customer Centricity’ project opgestart. Doel van dit project is om alle afdelingen binnen LBC bewust te maken wat hun bijdrage is op de klantenreis binnen LBC. Dat klinkt misschien logisch, maar bijvoorbeeld een incorrecte factuur of een niet werkend klantenportaal heeft meer impact op een klant dan wij beseffen,” zegt Dewien Jagmohan.
‘Elke dag is anders en zeker geen 9 tot 5.’

Vastgelopen in zijn eerste 9 tot 5-baan ging hij op zoek naar wat anders. Een online sollicitatie bij LBC was meteen raak. Operations coördinator Boudewijn van Lith geeft nu zelfs de cv’s van vrienden en kennissen door aan HR, zo blij is hij met zijn job.
“Ik begon hier ongeveer drie maanden na collega Filip Dogo.
Nu doet hij de dagdagelijkse klussen en stuurt de wisseldiensten aan en doe ik met de dagdienstmensen meer projecten en de schoonmaak en heropstart van de tanks, commissioning in vaktaal. Afvalwaterzuivering en afvoer van afval ook. Met een derde collega, die in januari is gestart, houden we de boel draaiend en vangen we elkaar op tijdens ziekte en vakanties.’’
Van Lith: “Geen dag is hier hetzelfde. Soms, op het moment zelf, frustrerend, maar achteraf altijd fijn, als we eruit zijn gekomen. Die onvoorspelbaarheid is juist het leuke van het werk hier. Bij mijn eerste baan kon ik de dag van 9 tot 5 uittekenen. Geen uitdagingen meer, saai… Daar was ik duidelijk niet op mijn plek.’’
Hij deed, net als én samen met huidig collega Filip Dogo Logistics Management aan de Hogeschool Rotterdam. Allebei hebben ze hun draai in de Rotterdamse haven volledig gevonden. Terug naar een logistieke kantoorbaan ziet Boudewijn écht niet zitten. “We zijn hier met de neus in de boter gevallen. De 36 nieuwe tanks die we nu aan het opbouwen zijn, dat is zo’n mooi project. Eerst de oude tanks afbreken, alles milieuveilig saneren, de grond weer bouwrijp maken, het leidingwerk van de kades ernaartoe, de kabels en software voor de automatische afsluiters. Er lopen hier al een jaar 300 man onderaannemers rond.’’
Die nieuwbouw trekt ook nieuwe klanten met nieuwe producten aan. Zo slaat Shell bij LBC pyrolyse-olie op. Dat is olie uit gerecycled plastic. Boudewijn van Lith: ” In samenwerking met de klant wilden we de tank inspecteren, omdat zowel wij als Shell dit type product nog nooit hadden opgeslagen. En ook niet wisten óf en hoe het product de tank aan zou tasten. Met leveranciers hebben we verschillende schoonmaakmiddelen getest. Bij de eerste test bleef er nog wat drab op de spiralen en de wanden achter, bij de tweede test hebben we alles kunnen verwijderen.’’
De werksfeer is volgens Boudewijn top. “We hebben een mooie mix van jong en wat ouder. Er wordt best wel eens gevloekt, maar daar moet je tegen kunnen. We hebben een Rotterdamse mentaliteit, direct, kritisch op elkaar, maar kritiek moet je leren accepteren. Niemand is perfect.’’
En intussen heeft hij al van twee kennissen de CV’s naar de HR-afdeling doorgestuurd. Mensen waarvan hij denkt dat ze prima bij LBC zouden passen.