Eerbetoon aan gewoon geluk
De afgelopen maanden hebben we in Rotterdam helaas afscheid moeten nemen van een aantal stadsiconen. Uit het Feyenoordkamp kwam het verdrietige nieuws van het overlijden van zowel Rinus Israël als Ove Kindvall. Beiden geweldenaars uit het sterrenteam van Feyenoord dat in 1970 in Milaan de finale van de Europacup I met 2-1 won van het Schotse Celtic. Niet toevallig scoorden ook juist deze twee mannen.
Legendarische beelden van een uitgelaten Coolsingel. 25 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog gebeurde er dit in Milaan, dat zoveel Rotterdammers verenigde en weer trots maakte. Oude Rotterdammers zal het in herinnering nog kippenvel bezorgen. Jonge Rotterdammers, jonge Feyenoorders, zijn met die beelden opgegroeid.
Ook uit die tijd kwam het tv-programma Toen was geluk nog heel gewoon. Gerard Cox en Joke Bruijs speelden het echtpaar Jaap en Nel Kooiman in de Oranjeboomstraat. Ook al werd de serie in de jaren negentig uitgezonden, iedereen kon zich verkneukelen om de simpelheid van het bestaan van de jaren ’60. Het gebrom van Jaap op de samenleving, dat door Nel altijd getemperd werd, was voor veel Nederlanders heel herkenbaar.
Onafhankelijk van elkaar overleden Gerard Cox en Joke Bruijs binnen een week. Het hoort bij het leven, maar het overlijden van deze twee mooie Rotterdammers deed mij persoonlijk ook wat. Gerard en Joke waren namelijk vertegenwoordigers van hun eigen generatie. Eigenlijk komt het ‘niet lullen maar poetsen’- en gewoon je ‘klauwen uit je mouwen’-imago uit die periode. Simpelweg met elkaar plezier maken nadat er harde arbeid was verricht.
Maar tijden veranderen. Waar we vroeger samen op de bank zaten voor Jaap en Nel, lijkt het nu alsof we vooral tegenover elkaar staan. De saamhorigheid van toen maakt steeds vaker plaats voor verdeeldheid. En dat merk je niet alleen in de huiskamer, maar ook op straat, in de stad en in de politiek. Terwijl we terugdenken aan de eenvoud en verbondenheid van vroeger, worden we vandaag geconfronteerd met uitdagingen die vragen om diezelfde Rotterdamse mentaliteit: aanpakken, samenwerken en vooruitkijken.
Voor mij hoeft de tijd van Jaap en Nel niet terug te komen. Wel kunnen we met terugwerkende kracht iets leren van Nel Kooiman, die altijd weer het positieve ergens in kon vinden. Rotterdammers moeten met elkaar weer aan de bak. Niet zeuren maar elkaar opbeuren.
Wat zou het toch mooi zijn wanneer we de altijd vrolijke en positieve Joke en de gepassioneerde Gerard zouden kunnen eren. Niet alleen met een naar hen vernoemde straat, plein of steeg, maar met de belofte met elkaar ‘op z’n Rotterdams’ een beetje meer naar elkaar om te kijken. Want geluk was toen heel gewoon — en als we willen, kan het dat vandaag weer zijn.