Zonde van ons geld en van het klimaat
Vorige maand was ik aanwezig op de school van mijn jongste dochter, toen ze met een klasgenoot een presentatie gaf over de circulariteit van windturbines. Ze vertelden me dat ze verrast verrast waren toen ze tijdens hun onderzoek ontdekten dat er al veel technische oplossingen bestaan om windmolenbladen circulair te maken. Maar dat deze oplossingen nog te duur zijn om op grote schaal toe te passen. “Het is eerder een economisch probleem dan een technische uitdaging,” concludeerden ze. Een verfrissend inzicht van de 16- en 17-jarigen.
Het deed me denken aan de gesprekken die ik voer met (semi-)publieke instanties. In Nederland richten we ons sterk op technologische oplossingen voor verduurzaming van onze industrie: elektrificatie, CO₂-opslag, waterstof, en biogrondstoffen. Elk met eigen uitdagingen en in verschillende stadia van ontwikkeling. Maar ze hebben één ding gemeen: ze zijn duur. Denk aan kosten van €200 tot €600 per ton CO₂. Dat zijn sportauto’s, terwijl de markt alleen een stadsautootje wil betalen.
Mijn team spreekt wereldwijd met klanten over wat technisch mogelijk is en wat zij bereid zijn te betalen. De meeste willen niets extra’s betalen “omdat hun klanten er niet om vragen.” Sommigen zijn verder en erkennen de noodzaak van klimaatmaatregelen, maar zelfs zij willen niet meer dan €100 per ton CO₂ betalen. Meer kunnen ze niet doorberekenen zonder overheidssteun of regelgeving.
Die economische realiteit wordt te weinig besproken in het debat over hoe Nederland zijn klimaatdoelen voor 2030 kan halen. We denken aan snellere vergunningen, infrastructuur en hogere CO₂-prijzen. Maar wat heb je aan een CO₂-prijs van €150 per ton als de klant maximaal €100 wil betalen en de goedkoopste verduurzamingsoptie €200 kost? Dan zit je als bedrijf klem, tenzij de overheid de spelregels aanpast.
Spelregels rond vraagstimulering maken het doorrekenen van deze kosten wel mogelijk. Zelfs een project van €500 per ton CO₂ voor het produceren van basisgrondstoffen voor producten die iedereen dagelijks gebruikt, vertaalt zich door naar slechts een paar cent op een fles shampoo of wasmiddel. Met stimulerende wetgeving op Europees niveau kan de groene consumentenvraag naar circulaire en koolstofarme producten versnellen. Dat biedt bedrijven toekomstperspectief om investeringen te doen en deze terug te verdienen. Maar daarvoor moet je het economische probleem begrijpen en erkennen.
Mijn dochter en haar klasgenoot zagen dat haarscherp. Nu de Nederlandse en Europese overheden nog. Want als we blijven investeren in oplossingen die niemand wil betalen, staan straks onze sportwagens ongebruikt te verstoffen in ons Nederlandse landschap. Zonde van ons geld — en van het klimaat.