Een ‘kijkje’ in de wereld van…
Iedere editie volgt fotograaf Roderik van Nispen iemand die in de haven werkt. Dit keer legt hij vast hoe Max Verwayen (32) en zijn collega-duikers bij W. Smit om beurten het water in gaan, voor werkzaamheden aan de Sleipnir.
“We liggen wel vaker onder grote schepen, maar zo’n groot kraanplatform? Dat is geen doorsnee klus.” Op twaalf meter diepte verwisselen ze roosters en inspecteren en reinigen ze plekken waar normaal niemand komt. Dat doen ze in een uitrusting van veertig kilo.
Toen zijn inkomsten als tourgids in Rome door corona stopten, besloot Max werk te maken van zijn hobby: duiken. Al is dat in de Rotterdamse haven wel iets anders dan in Italië. “Je komt hooguit een zeehond tegen. Het zicht is niet al te best.” Mede daarom zijn betrouwbare collega’s enorm belangrijk. “Als je bij de schroef van een schip werkt, wil je zeker weten dat niemand per ongeluk de motor kan starten.”
Boomstronk in de sluis? Auto te water? Scheepsbotsing? Omdat ze ook opgeroepen worden bij calamiteiten, kijkt niemand gek op van een werkweek van zestig uur. Toch komt Max nooit met een lang gezicht thuis. “Duikers nemen zichzelf niet te serieus. Tussen het werk door wordt genoeg stennis geschopt en lol getrapt.”


